Press "Enter" to skip to content

Vollgas richting Wijchen voor de overwinning

Vrijdagavond 8 oktober was het dan eindelijk zover. De eerste Osbo-wedstrijd sinds zo’n 2 jaar stond op het programma, en meteen een mooi en interessant affiche voor zowel de neutrale als niet neutrale kijker, namelijk Het Kasteel 1 – S.V. De Elster Toren 1. Geen onbekenden voor elkaar, en op papier twee teams die aan elkaar gewaagd zijn. Een lastige maar leuke eerste horde dus. We hadden dan ook allemaal veel zin om weer een Osbo-wedstrijd (of SOS-wedstrijd of hoe het dan ook tegenwoordig mag heten) te gaan spelen. Dat gold niet in de laatste plaats voor onze nieuwe aanwinsten Pieter en Niels. Pieter was vanaf de jeugd al lid van de Elster Toren, en is na een periode bij De Sleutelzet weer teruggekeerd op het oude nest. Niels is ons kersverse nieuwe lid, heeft nog nooit geschaakt in club-of wedstrijdverband, maar is erg enthousiast over schaken en heeft al bewezen dat hij z’n mannetje (sorry voor de woke gemeenschap) staat tijdens de inloopavond, de rapidavond en de competitiewedstrijden. Hij werd dan ook direct in de basisopstelling gezet door onze zelfbenoemde captain (een overigens niet te onderschatten en zeer voorname functie) John van G. Een mooie vuurdoop voor Niels.

In een colonne van 2 auto’s met John R. en Wiely als chauffeurs togen we vol goede moed en gezonde wedstrijdspanning richting Wijchen. We kennen allemaal het volkslied Frattelli d’ Italia dat voorafgaand aan de wedstrijden van La Squadra Azzurra op imponerende wijze uit volle borst wordt gezongen door de Italiaanse spelers, waardoor je je als tegenstander redelijk geïntimideerd kan voelen. Bij Wiely zaten we in comfortabele kuipstoelen, met schitterend en smetteloos leer bekleed. Je broek werd spontaan schoon als je erop ging zitten. Als je met zo’n bolide op het terrein van je tegenstander arriveert sta je eigenlijk al met 0-1 voor. Dus dat was alvast een veelbelovend begin. Ruim op tijd kwamen we in Wijchen aan, waardoor er nog tijd genoeg was om even rustig buiten te staan, en de tabaksbehoevenden waaronder ondergetekende nog even aan hun trekken konden komen. We stonden in een soort cirkel, een veredelde schaakhuddle, en onze teamcaptain John van G. (ik zou ‘m toch eerder Captain Iglo of Captain Vetvijver noemen, maar dat even terzijde) zag zijn kans schoon om het team ferm toe te spreken. Hij drukte ons op het hart om niet te snel een remiseaanbod te accepteren, maar vollgas-schaak te spelen en voor de winst te gaan, zeker als we achter zouden staan. Na deze peptalk waren we klaar voor de strijd en betraden we de mooie en ruime speelzaal van SV Het Kasteel.

De tafels stonden nog niet allemaal goed bij binnenkomst, en het was duidelijk nog even worstelen met de zaalindeling i.c.m. de geldende coronaregels. Toen alles stond, en iedereen op de juiste plek zat, volgden de welkomstpraatjes en de opstellingen. Niet begeleid door het mooie Fratelli d’Italia, maar door het snerpende en oorverdovende tien minuten durende geluid van schuivende stoel- en tafelpoten over de vloer. Gelukkig kwamen de overige spelers die hun plaats blijkbaar nog niet hadden gevonden langzaam maar zeker op het briljante idee om de tafels en stoelen op te tillen in plaats van te schuiven. Het werd rustiger en de wedstrijd kon dan toch eindelijk beginnen. Eerder had ik het al over kuipstoeltjes, en het aanzicht achter het bord deed ook sterk denken aan het zicht wat je normaalgesproken in een voetbalstadion hebt ergens bovenin de eerste ring of op de perstribune. De tafels stonden in de lengte, waardoor beide spelers als het ware aan het hoofd van de tafel zaten, dus verder van elkaar af. Dit om de coronaregels zo goed mogelijk in acht te nemen. De spelers en poppetjes kun hierdoor moeilijker onderscheiden, maar je ziet het spel wel dan beter omdat je meer overzicht over het hele veld hebt. Voor een voetbalwedstrijd is dit prima, voor het spelen van een schaakwedstrijd is dit echter minder bevorderlijk. Het bord stond zover weg, dat je je af en toe half staand en in een voorover gebogen houding moest manoeuvreren om de stukken goed te kunnen zien en een prettig zicht op de stelling te hebben, tenzij je een verrekijker had. Nou ja, overdrijven is ook een vak. Maar menig ergonoom zou niet vrolijk worden van deze houding en deze omstandigheden. Ook m’n tegenstander gaf te kennen dat hij niet blij was met deze opstelling en dat hij erg moest wennen aan dit aanzicht. Wat dat betreft gelijke handicaps, en aangezien en we geen bezoek meer van de Arbeidsinspectie verwachtten op dit late tijdstip konden we met een gerust hart op die manier blijven zitten. Noeste arbeid werd er wel geleverd achter de borden. Dus nu genoeg gezeurd en geklaagd, op naar de partijen!

Aan bord 2 speelde John R. tegen Kaz Haans. John kwam met zwart in een Benoni terecht, een opening die z’n tegenstander achteraf naar eigen zeggen zeer goed bleek te kennen. John kwam door een klein foutje al snel onder druk te staan, en zijn tegenstander had direct een sterke aanval en een sterke centrumpion waarmee hij John R. een kwal afsnoepte. Er zat hierna geen heil meer in z’n stelling, en enige compensatie voor de verloren kwal was er niet. Iets wat de sterke John R. niet vaak overkomt. Maar helaas een snelle 1-0 achterstand.

Op bord 6 ging de strijd tussen Eric met de zwarte stukken tegen Jos Steinman. Het werd een redelijk open stelling waarbij er vanuit de opening al het een en ander geruild was. Beide spelers hadden 2 lichte stukken, de dames nog op het bord en 6 pionnen. Het was tot dan toe lastig te zeggen hoe deze partij zou eindigen. Erics’ tegenstander bood een remise aan. De eerdere woorden van captain John van G. bleken niet tegen dovemansoren gezegd, want Eric sloeg dit remiseaanbod resoluut af en besloot om door te spelen voor de winst. De gelouterde Eric kwam een pion voor, en even leek hij de partij inderdaad in winst om te gaan zetten. Maar dat was geen gemakkelijke opgave met de dames nog op het bord in een open stelling en allebei een loper van ongelijke kleuren. Ook een tweede remiseaanbod van zijn tegenstander sloeg Eric terecht af, Ondanks de pion voorsprong en het voll-gasschaak van Eric bleek het toch een niet te winnen stelling door de ongelijke lopers. Z’n tegenstander kreeg alsnog zijn zin en Eric moest berusten in de puntdeling. 1,5 – 0,5

Dan naar de partij van Wiely, die het aan bord 5 met wit opnam tegen Leo van Dijk. Het werd een Siciliaanse partij. Wiely kwam met een klein voordeel uit de opening, en het patroon van de stelling leek als twee druppels water op de Oostenrijkse aanval van de Pirc. Aanvallend spel en Duitstaligheid zijn zaken die Wiely in de regel goed liggen. Hij creëerde een sterke doorgeschoven F-pion (of E-pion, hou me ten goede) en wist door te dringen tot de stelling van zijn tegenstander. Geheel in typische Wielystijl dwong hij een onvervalste mat in 3 af en trok daarmee de stand gelijk, 1,5 – 1,5. Sterk gespeeld, en mat kunnen geven in een Osbo-partij geeft zo’n overwinning toch wat extra glans.

Op bord 8 speelde Niels met zwart een prima partij tegen de andere Niels, Niels Radder. Een ervaren speler die al lang meedraait. Onze Niels speelde zelf met d6 een Pirc, en bracht daarmee een goede stelling op het bord. Hij kwam een pion voor en had een mooie aanval met zijn paard en dame op de kwetsbaar staande vijandelijke koning. Het zag er veelbelovend uit, en zoals Peter B. zou zeggen: ‘kwestie van tijd’. Helaas verloor hij pardoes een kwal waardoor een remise ineens het hoogst haalbare was met uiteindelijk een paard en 3 pionnen tegen een toren en 2 pionnen. Niels bleef ondanks deze onverwachte tegenslag vechten voor wat hij waard was, maar de kwal achterstand bleek net teveel voor een resultaat. 2,5 – 1,5 voor SV Het Kasteel. Een onverdiende nederlaag voor Niels, en zuur om op zo’n manier te verliezen. Maar afgezien van het resultaat een zeer verdienstelijk debuut dat naar meer smaakt.

Aan bord 1 speelde Sjoerd met wit tegen Henk Massink. De tegenstander van Sjoerd leek het begrip ‘park the bus’ een hele nieuwe dimensie te geven. Hij leek nog 3 extra bussen te hebben besteld, om ze vervolgens allemaal naast elkaar in de parkeergarage te zetten. Er ontstond een potdichte stelling vanuit de opening waarbij het een hele tijd duurde voordat de eerste pion of stuk van het bord verdween. Een positionele en strategische stelling. Na een matige opening kwam hij in een middenspel terecht dat objectief gezien niet helemaal correct is, maar hem wel lekker spel gaf en stellingsvoordeel. Geen stellingsgeluk, een prachtige term waar ik tot voor kort nog nooit van had gehoord, en die vorige week op onze rapidavond werd geïntroduceerd door John R. tijdens de analyse van z’n rapidpartij tegen Wiely. Hiermee kreeg hij de lachers op z’n hand. Sjoerd staat echter bekend om zijn ijzersterke positionele en strategische spel. Waar zijn tegenstander nog in alle rust broodjes en koffie nuttigde op de parkeerplaats naast zijn bussen, had Sjoerd zich bevrijd en wist hij een vergunning te bemachtigen op de parkeerplaats van zijn tegenstander. Met 2 sterke torens op de damevleugel en meer bewegingsvrijheid had Sjoerd het initiatief en wist hij een pion te winnen, het leek een gewonnen eindspel te worden. Helaas stond de koning van Sjoerd in een wat onveilige positie waardoor zijn tegenstander eeuwig schaak kon afdwingen. 3-2  Na analyse met de computer bleek dat er een matcombinatie in zat voor Sjoerd. Een constatering waar je dan liever niet achter komt, maar op zo’n volle parkeerplaats is het voorstelbaar dat een matcombinatie slecht zichtbaar en dus moeilijk te vinden is.

Bord 3 werd bezet door John van G. Hij speelde met wit tegen Bram Rutten, Bram opende met de Caro Kann. Maar wat voor opening John van G. ook tegen krijgt, de zet c3 zit standaard in z’n repertoir. Dacht daarom zelf ook eerst dat zijn tegenstander Siciliaans had gespeeld omdat John alweer een pion op zijn geliefde c3 had staan, maar dit bleek dus niet te kloppen. John van G. is doorgaans sterk in het middenspel, en zijn tegenstander probeerde met h5 druk te zetten op de koningsvleugel. John posteerde zijn paard een tijdje op de achterste rij. Na een wat saaie openingsfase won hij in het middenspel een stuk tegen 2 pionnen, en had hij z’n tegenstander waar ie ‘m hebben wilde. Hij moest nog wel even secuur spelen en uitkijken dat zijn toren niet omsingeld zou worden, maar zoals een echte captain betaamt wist hij dit euvel op prima wijze te pareren, waarna zijn tegenstander hem een welverdiende boks kon geven ten teken van opgave. 3-3

Op bord 7 streed ondergetekende met wit tegen Henk Rutten (broer van bovengenoemde). Het Corona Kann…… uhhhhh Caro Kann-virus blijkt een familiekwaal te zijn, want ook Henk Rutten opende met c6. Op de heenweg zei ik nog tegen Pieter dat ik op alles hoopte behalve op een Caro Kann. Tja, dan vraag je er ook om natuurlijk. Ik speelde zoals vaker de ruilvariant gevolgd door c4 en er ontspon zich een boeiend gevecht in het middenspel, met allebei een geïsoleerde d-pion. M’n stukken hadden iets meer bewegingsvrijheid, en ik kon gebruikmaken van het feit dat m’n tegenstander niet onder hele gunstige omstandigheden kon rokeren waardoor steeds een penning dreigde op de loper op e6. Met nog een pion op c3 kon ik opnieuw doorstoten naar c4 om de aanval te openen. Z’n dame kwam niet goed in het spel, en ik kon een nieuwe penning op z’n paard plaatsen waardoor een combinatie mogelijk werd die me een kwal opleverde. De tijd begon te tikken, en ik zag Eric ineens m’n notatieboekje oppakken. Ik begreep eerst niet waarom, maar ik bleek inmiddels de grens van 5 minuten bedenktijd te hebben bereikt. De stress van tijdnood is mij inmiddels niet meer vreemd, Maar doemscenario’s en uitspraken als ‘sjongejonge ik stond zo goed, maar ging weer door de vlag heen’, of ‘blunderde in tijdnood een stuk weg, zo onnodig’ passeren toch altijd ongewild en ongevraagd de revue. John R. nam het noteren over waardoor ik me volledig op de stukken kon richten, en hield gelukkig m’n hoofd koel. 3-4

Last but not least Pieter met zwart op bord 4 tegen de sterke Twan Rutjes. Pieter was vroeger een bedachtzame schaker die zich goed kan concentreren, en zich helemaal kan vastbijten in een partij. Een liefhebber en fanatieke speler. Daarin is niks veranderd. Het enige dat veranderd is is zijn speelstijl. Waar hij eerst nog rustig en voorzichtig speelde, en materiaal vaak kost wat kost koesterde. Heeft hij het over een andere boeg gegooid. Aanvallen en mooi spelen, de schoonheid van het spel hoog in het vaandel en eventueel strijdend ten onder gaan is nu zijn devies. Ik noem ‘m daarom ook Pieter 2.0, al heeft deze transformatie zich reeds ruim 10 jaar geleden voltrokken. Pieter opende dan ook actief, en er kwam direct scherp spel op het bord. Het zorgde voor het nodige hersengekraak, en zijn tegenstander had dan ook veel tijd nodig om om de zetten te vinden. Het was een spannend gevecht en het leek nog alle kanten op te kunnen. Pieter wist het best raad met de stelling en boekte een knappe overwinning waarmee hij ook de overwinning voor De Elster Toren veiligstelde, 3-5.

Een heerlijk begin van het seizoen en met een lekker gevoel reden we weer huiswaarts in onze bolides met kuipstoeltjes. Door de huidige sluitingstijden zat een gezellige naborrel en welverdiend overwinningsbiertje er helaas niet meer in. Maar vol goede moed en ondanks de energiecrisis vollgas op naar de volgende!

 

Rob N.

 

One Comment

Geef een antwoord